New Recordings

Writings

Pieter Leemans : Portret van de Belgische Sousa.
July 30 2009

Het feestelijke concert met het Harmonieorkest Vooruit uit Harelbeke tijdens Klara in het Paleis is een terugblik naar de nostalgie van de Expo 58 maar ook een kort eerbetoon aan de beroemdste radiomedewerker aller tijden.  Op hun programma staat niet zijn wereldberoemde Mars der Belgische Parachutisten maar wel twee marsen die Pieter Leemans componeerde naar aanleiding van Expo 58.  Wie is deze onbekende componist van een wereldberoemde mars eigenlijk ?

Pieter Leemans werd geboren in Schaarbeek op 31 mei 1897 en overleed op 10 januari 1980 in Sint-Lambrechts Woluwe.  Zijn vader stierf zeer jong en ook zijn moeder heeft hij op zeer jeugdige leeftijd verloren maar het was zij die hem de liefde voor de muziek bijbracht.  Na zijn legerdienst waar hij alto speelde in het fanfareorkest van de 4de Carabiniers studeerde hij piano, harmonie, contrapunt, orkestratie en compositie aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel bij onder andere Richard Kips, Martin Lunssens en Paul Gilson.

Na zijn studies werd hij muziekleraar aan het Atheneum te Schaarbeek en later aan de muziekacademie van Etterbeek.  In deze periode componeerde Leemans liederen (meestal op Nederlandstalige teksten) die hij waarschijnlijk als studiemateriaal tijdens het lesgeven gebruikte.  Zijn bekendste school- en kinderliederen uit deze periode zijn de Vier Kinderliederen, de Vier Kleuterwijsjes die gebruikt werden voor de montage van kinder- en kleuterkwartietjes bij het N.I.R. en vooral de Twaalf liederen voor de jeugd.

Op 1 oktober 1932 begint zijn radiocarrière en wordt hij door het toenmalige N.I.R aangeworven als  ‘musicus-pianist/solist’ en dirigent-programmator.  Hij werd er eerst dirigent van het ‘klein orkest’  en nadien ‘solist concertant-begeleider’ van de radiorecitals.  Bovendien was hij vast jurylid voor de radio-audities en tijdelijk belast met het voorzitterschap van de auditiecommissies voor ernstige muziek.

Het klein orkest van Pieter Leemans bestond aanvankelijk uit 12 muzikanten, in 1934 werden zeven extra leden toegevoegd en werd het ensemble tot ‘genreorkest’ omgevormd.
Hij componeerde in die tijd zeer veel genremuziek op maat van de bezetting die voorhanden was : onder andere Fata Morgana voor piano en klein orkest, Aurore een symfonisch gedicht opgedragen aan Sylvain Devreese, Cortège Orientale opgedragen aan zijn leermeester Paul Gilson, Epitaphe voor piano solo en klein orkest, Gondoles Vénitiennes opgedragen aan zijn vrouw en Croquis Chinois opgedragen aan Franz Wigy.  In al deze korte  en traditionele genrewerkjes bewijst  Leemans zijn vakkennis en zin voor een kleurrijke orkestratie.

Zijn eerste werken voor blaasorkest schreef Pieter Leemans in samenwerking met Franz Wangermée die hem hielp bij de typische orkestratieproblemen voor deze bezettingen. 
Het is vooral met zijn marsen dat Leemans bekendheid geniet en tal van compositiewedstrijden wint.  Zo won hij in 1934 de wedstrijd voor de officiële mars van de Wereldtentoonstelling van 1935 en het jaar nadien de wedstrijd voor de mars ‘Vieux-Bruxelles’.

De Marche Officiële de l’Exposition  moest volgens het reglement ‘eenvoudig, gemakkelijk te onthouden, en opgewekt zijn omdat ze populair moest worden’.  Allemaal ingediënten die Leemans nadien als handelsmerk bleef gebruiken voor de vele marsen die nog zouden volgen.

In 1943 won hij een wedstrijd voor schoolliederen en in  1945 won hij uit 102 inzendingen  een prijs voor zijn Dirge for the Fallen Heroes, een treurmars ter ere van de oorlogsslachtoffers van de tweede wereldoorlog.
 Leemans’ werkenlijst omvat naast de vele werken die hij instuurde voor wedstrijden allerhande ook nog heel wat  koor- en orkestwerken.    Daarnaast schreef hij nog een heel aantal partituren voor luisterspelen en filmmuziek  in opdracht van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en het Franse Commissariaat voor Marokko dat hem vroeg om muziek te componeren voor een tiental documentaire films.

Zijn wereldberoemde Marche Officiële des Parachutistes Belges/Mars der Belgische Parachutisten  werd
voor het eerst uitgevoerd door de Muziekkapel van het Eerste Gidsenregiment onder leiding van Luitenant Franz Wangermée tijdens een galaconcert in het Paleis voor Schone Kunsten op woensdag  8 mei 1946.  De mars is opgedragen aan Edouard Blondeel die in 1942 in Groot-Brittannië een compagnie parachutisten en een ‘troop’ commando’s had opgericht.  In 1944 werden ze met de hulp van
Generaal-Majoor François Temmerman ingekwartierd in het Brusselse en Temmerman stelden voor dat het regiment toch ook zijn eigen mars zou moeten hebben.  Leemans baseerde zijn beroemde inleiding op een imitatie van een doedelzak, een knipoog naar Schotland, de streek waar de eerste militairen gelegerd waren voor ze op operatie vertrokken.

In 1958 won hij uit 109 inzendingen zowel de eerste als de tweede prijs in een wedstrijd voor de officiële mars voor de Wereldtentoonstelling van 1958.  Eerst werd hem gevraagd om deel uit te maken van de jury maar hij wou zijn kans nog eens wagen en sloeg dit aanbod af. 
Toen zijn eerste mars (Atomium) af was leek hem die al te plechtig, een beetje te zwaar en niet genoeg in het oor liggend  en daarom besloot hij om nog een tweede in te sturen, meer aan de lichtere kant.  Het toeval wil dat zijn laatst geschreven mars de uiteindelijke eerste prijs in de wacht sleepte.   

Op 17 november 1956 zat hij in de grote studio 4 van het N.I.R. te luisteren naar de zes weerhouden marsen die werden gespeeld door de Muziekkapel van de Zeemacht onder leiding van Jos Hanniken.   
‘ De eerste werd gespeeld, de tweede, de derde, de vierde, en nog steeds niets van mij.  Ontmoedigd stootte ik mijn vrouw even aan : ’t wordt niks hoor, ik ben te oud voor dat soort competities.  Toen zette het orkest de vijfde in, en ja die was van mij !  Nog was ik van mijn verbazing niet bekomen of daar weerklonken de eerste maten van de zesde mas en weerom gaf mijn vrouw me opgetogen een kneepje.  Toen kwam de proclamatie en de rest weet u.’

De Marche Officiele de l’Exposition Internationale de Bruxelles 1958 stond ook op het programma van het internationale galaconcert onder de titel ‘België begroet zijn gasten’ dat plaatsvond op 20 april 1958 in het Groot Auditorium van de Wereldtentoonstelling.  Tijdens dit concert leidde Pieter Leemans het groot orkest van het N.I.R.

Eén van de meest markante opnames van Expo 58 is zeker de uitvoering van Benny Goodman van Leemans’ Parachutistenmars tijdens zijn concerten in het Amerikaans Theater.  Deze opname was ook nadien van belang voor de verspreiding en de enorme populariteit van deze mars in Amerika.
In de jaren 1960 zal Pieter Leemans nog met regelmaat grotere concertwerken voor blaasorkest in opdracht componeren.  Uit 1961 dateert zijn Rapsodisch Divertimento – Divertissement Rhapsodique dat diende als plichtwerk voor het Nationaal Muziektornooi van de Stad Antwerpen.  Uit 1963 dateren de Valeriussuite voor vierstemmig gemengd koor, harmonieorkest en slagwerk en Twaalf  Profielen.  In zijn grotere werken slaagt Leemans er niet in om de inventiviteit waarvan zijn marsen getuigen aan te houden en te verwerken.  Zijn grotere werken zijn zeer traditioneel en hebben de tand des tijds niet doorstaan.

In zijn marsen echter toont Leemans zich een meester van de miniaturen.  Zijn stijl is in die zin vernieuwend dat hij zich losmaakt van de traditionele militaire marsen en hij ze voorziet van het ‘peper en zout’ dat hij haalt uit de lichte orkestmuziek van die tijd.  Bovendien zijn zijn marsen altijd voorzien van een portie luchtigheid en humor die ze hun onmiskenbare optimistische stijl meegeven.  Al deze ingrediënten kan U ook vinden in de twee Leemans-marsen die in het Paleis zullen weerklinken : de plechtige bijna-Engelse grandeur en de zingende thema’s in Atomium en de lichtere 1958 sfeer en stijl in de winnende Marche Officiële  van de meest optimistische en bekendste radioman uit onze vaderlandse muziekgeschiedenis.

Luc Vertommen

Luc Vertommen studeerde aan het Leuvense Lemmensinstituut en is vooral werkzaam binnen de Belgische en internationale blaasmuziekscène als dirigent/arrangeur en schrijver over blaasmuziek uit heden en verleden.  Zijn ‘Anthology of Flemish Band Music’ (www.brassbandbuizingen.be) is een reeks rond de meest betekenisvolle blaasmuziek uit ons verleden.  Voor het label World Wind Music bestudeerde en selecteerde hij een reeks met de belangrijkste marsen van Pieter Leemans (Groot Harmonieorkest van de Gidsen o.l.v. François De Ridder).