Writings
- Anthology of Flemish Band Music
- July 30 2009
De voornaamste drijfveer van uitvoerende musici is om aan het publiek een zo breed en kwalitatief hoogstaand spectrum van muziek te presenteren: zij zijn het enige medium tussen de componist en het publiek.
De selectie van de werken die op concerten en CD’s te horen is, wordt meestal gemaakt door dirigenten, muzikanten of wordt opgedrongen door uitgevers of de gangbare mode, denk maar aan bewerkingen van pop- en filmmuziek.
Band Music — Good music
Dikwijls worden deze selectieheren, of ze nu dirigent of muzikant zijn, binnen de klassieke muziekwereld vanuit een ivoren toren bekeken. Als het gaat om blaasmuziek is een zeker misprijzen nooit ver af. Het beeld van de op straat marcherende en met bier overgoten ‘maatschappijen’, waar marsen, polka’s en walsen de ‘pupiters’ sierden is bij de klassieke heren nog niet volledig verdwenen.
Dikwijls vergeten zij dat het blaasorkest een langer verleden heeft – en
daardoor misschien ook een grotere toekomst – dan hun symfonisch troetelkind. Gelukkig hebben grote componisten uit heden en verleden niet nagelaten hun sympathie en creativiteit te offeren aan ons dierbaar blaasorkest. De schitterende werken van Holst, Vaughan Williams, Schönberg, Milhaud, Stravinsky, Gabrieli enz. zijn het fundament van het blaasorkest.
Zei onze vriend Jef Van Hoof niet ooit: ‘De mensen en zelfs vele componisten denken dat de koperblazers in het orkest gewone figuranten zijn die alleen als vulsel dienen. Ik wil bewijzen dat zij zo rijk zijn als de snaren. Wat? Rijker! Zij zijn de zon in het orkest. Een akkoord van de koperblazers heft U van de grond op gelijk een vliegtuig. De kopers zijn het bloed van een orkestratie, zij zijn gelijk bij Rubens het schoon bloot lillend vlees. Kopers kunnen schateren en spotten op zijn Breugels, zij kunnen in marmer kappen gelijk Michelangelo. Zij zijn de ziel van het orkest. Een ziel vol zon!’
Flemish - goede muziek
Ons vaderland staat ondanks zijn beperkte geografische impact aan de top in vele kunsttakken. Wat zou de schilderkunst geweest zijn zonder Rubens en Breugel, de muziek zonder de ‘Vlaamse polyfonisten’, de blaasmuziek zonder Adolphe Sax?
In de blaasmuziekwereld – en niet alleen in Vlaanderen – bestaat de slechte gewoonte om klassiekers onvoldoende te kennen en te waarderen. Onze vrienden uit de symfonische wereld hebben de goede gewoonte om hun klassiekers, als daar zijn de symfonieën van Beethoven, Mozart of Brahms, te conserveren als het hoogste goed. Ze vormen nog steeds de basis van hun concertrepertoire en op de CD-markt is er eerder een overaanbod van dit re-pertoire. Blaasorkesten daarentegen kijken veel te weinig voor- en achteruit, ze leven te veel ‘hic et nunc’: liever de muziek van de laatste Harry Potter-film en de nieuwste Britney Spears-song, dan de muziek van gisteren en morgen.
David Whitwell, Amerika’s meest actieve musicoloog binnen de blaasmuziekwereld, hoopte ooit nog enkele onderzoeksprojecten met betrekking tot België en Vlaanderen te realiseren : ook volgens hem liggen hier heelwat waardevolle sporen in de blaasmuziekgeschiedenis.
Wij bezitten een zeer waardevol blaasmuziekverleden, dat nog veel te weinig onderzocht en bekend is. Gelukkig zijn de activiteiten van mensen als Françis Pieters en deze Anthology-reeks een rare uitzondering.
Het bewijs dat Brassband Buizingen niet bezig is met één of andere uit de hand gelopen hobby en dat deze Anthology-projecten geen muzikale obsessie van een nitwit zijn, wordt geleverd door de lovende reacties op het eerste volume uit de Anthology-reeks: Portrait of Paul Gilson. Vanuit de ganse wereld stroomden de verbaasde reacties op deze geweldige maar onbekende muziek toe. Eén van Engelands beste brassbands programmeerde als reactie ‘Fantaisie dans le forme classique’ van Gilson op het prestigieuze ‘Festival of Brass’ en maakte er een CD-opname van.
Dikwijls wordt niet alleen de blaasmuziekwereld vanuit ‘klassieke hoek’ met misprijzen bekeken, ooit vanuit muziekwetenschappelijke hoek lijkt dit het laatste interessepunt. Alle punten en komma’s uit de werken van de Vlaamse polyfonisten zijn ondertussen gezet en ook de Vlaamse muziek na 1950 wordt duchtig onder de loep genomen. Voor musicologen is de muziek uit de ruime periode ertussen blijkbaar van te weinig belang. Nog in 1922 schreef Paul Collaer het volgende : ‘Het is zeer moeilijk om een degelijk artikel te schrijven over de hedendaagse Vlaamse muziek, en dit om de heel eenvoudige reden : de Vlaamse muziek bestaat heden niet. Sedert de 14de eeuw heeft Vlaanderen geen grote musici meer voortgebracht. Noch Benoit, noch Blockx, noch de ontelbare liedjesmakers die hen volgden verdienen als echte musici beschouwd te worden.’
Gelukkig was deze ‘uitschuiver’ van Collaer geen rem op de vele individuele musicologische arbeid die verricht werd rond individuele Vlaamse componisten. Veelal gaat het enthoesiasme uit van enkelingen en is er noch te weinig overkoepelende steun. Ondanks de oprichting van tal van individuele instituten (CeBeDem, Studiecentrum voor de muziek van de 19de eeuw, Matrix, etc.) is er geen globale aanpak. Ieder centrum probeert op zijn manier het laken naar zich toe te trekken en daar worden ons Vlaams patrimonium niet beter van.
Anthology
Zoals de naam ‘Anthology’ of bloemlezing doet vermoeden kozen wij de
mooiste en meest kleurrijke werken om de waarde van de Vlaamse blaasmuziek te illustreren. Bij ons onderzoek hebben we ons niet laten leiden door hedendaagse mode: wij haalden geen minder bekende, meestal ook minder goede muziek van onder het stof, zoals in de klassieke muziekwereld tegenwoordig in de mode is (muziek van Van Wassenaer, Vanhal, Schreker, Skalkotas, etc.) De voornaamste reden voor ónze keuze was de enorme kwaliteit van dit onbekende repertoire: de meeste werken verschijnen nu voor het eerst op CD.
Bij ons onderzoek hebben we dikwijls moeten vaststellen dat er in ons culturele leven toch een paar essentiële dingen scheef zitten. Als onze kunstenaars bijvoorbeeld op een of andere manier bekend worden, tonen de Vlamingen weinig fierheid, trots of appreciatie voor de prestaties van de Vlaamse artiesten. Artiesten die het, om de actualiteit van regisseur Luc Perceval als voorbeeld te nemen, maken in de hele wereld maar zich moeten verantwoorden in eigen stad.
Bovendien hebben Vlaamse muzikanten en componisten dringend nood aan een overkoepelend orgaan dat de produkten van hun creatieve arbeid bundelt in een Vlaams muziekcentrum. Wij hebben zowel bij het onderzoek naar Paul Gilson als naar Marcel Poot vastgesteld dat het werk van deze mensen vooral op stoffige zolders, achterkamertjes en in ondergelopen kelders te vinden was. In plaats van in grote muziekbibliotheken, waar werk van dit niveau thuis hoort. Met andere woorden: dat hun goede muziek niet de aandacht krijgt die ze verdient. En dat is iets waar wij, uitvoerders, een handje aan kunnen toesteken.
Wij hopen - met Uw gewaardeerde steun - nog veel van deze pareltjes te mogen presenteren.
Luc Vertommen
Anthology of Flemish Band Music
Volume 1 – Portrait of Paul Gilson
Volume 2 – Portrait of Marcel Poot
Volume 3 – Portrait of August De Boeck
Volume 4 – Portrait of ‘The Synthetists’
Volume 5 – Naar de roots van het fanfareorkest
Zie ook :
Portrait of Pieter Leemans
Complete Music for Euphonium – Jules Demersseman








